Vlaamse Geschiedkundige Kring-

If this is your first visit, be sure to check out the FAQ by clicking the link above. You may have to register before you can post: click the Register link to proceed.


Cultuur: Bezoek aan het Museum Dr. Guislain - Do 28/2

Roen
Gebruikersavatar
Berichten: 1928
Lid geworden op: 13 Okt 2005, 17:11
Locatie: Gent
Contact:

Cultuur: Bezoek aan het Museum Dr. Guislain - Do 28/2

Berichtdoor Roen » 23 Feb 2008, 12:32

De kalender van cultuur dit semester is een beetje als het nemen van een bus aan het Sint-Pietersstation: je weet nooit zeker wat waar wanneer zal komen. Zo ook deze week, toen ons aller SMAK besloot om tijdelijk totaal onverwachts de deuren te sluiten nét nu wij op bezoek gingen. Ze durven.
Maar niet getreurd, we hebben ander fraais voorzien:
Donderdag 28 februari om 12u30 aan de trappen is het verzamelen geblazen om samen te trammen richting Brugse Poort. Voor €2, tram inbegrepen, kan je een bezoek aan het Museum Dr. Guislain uiteraard niet missen.
Het watte?
In september 1986 opende in Gent onder grote aandacht het Museum Dr. Guislain. Dit was een ‘nieuw’ initiatief in vele betekenissen van het woord. De site, het thema - geschiedenis van de psychiatrie - de aanpak, …maakten veel mensen nieuwsgierig.

Niemand kon op dat ogenblik vermoeden hoe dit ‘museum over de geschiedenis van de psychiatrie’ zich zou ontwikkelen. Nu vijftien jaar later kijken we terug op een bewogen en constructieve geschiedenis.

We willen hier enkele stappen aanduiden die voor de geschiedenis van het museum belangrijk waren. We beloven niet al te technisch te worden of te zeer in detail te treden: we leggen de klemtoon op wat voor het publiek het meest relevante en zichtbare is of zal worden.

Verzamelen

‘Verzamelen’, het lijkt een diepe menselijke behoefte, zelfs Superman deed het. Het woord heeft nochtans iets neutraal. Een verzameling kan zeer verheven zijn, maar evengoed voor banaal, zeer persoonlijk of van algemeen belang, zeer kostbaar of futiel, … en ga zo maar door. Verzamelen lijkt gemakkelijk, maar is tegelijkertijd aartsmoeilijk. Wat verzamel je? Waarom? Wat toon je van een verzameling? Wat toon je niet? Hoe toon je het?

Bij de start in 1986 waren we ons van dit alles niet te veel bewust. Er was de wil en eigenlijk de overtuiging dat het museum een belangrijke bijdrage kon leveren aan een maatschappelijk vraagstuk, met name ‘wat is normaal/abnormaal en hoe gaan we daar mee om?’. Het leek een goed idee om deze discussie te voeren met als ‘middel’ een museum over de geschiedenis van de psychiatrie.We deden dit met de nodige portie ‘beredeneerde intuïtie’. Wanneer we het theoretisch spanningsveld tussen ‘planmatig en systematisch iets opzetten’ versus ‘stap per stap, met vallen en opstaan ontwikkelen’ voor ogen houden, dan hebben wij duidelijk - zeker in de aanvangsfase - voor de tweede aanpak gekozen. Het verhaal van veel musea in Vlaanderen.

Chambres d’amis 45.000 bezoekers. Er was wel enige commentaar over het feit dat na een barnum-reclame de Belg en zeker de Gentenaar deze tentoonstelling links had laten liggen. En dan te bedenken dat het toch eigenlijk over een ‘referentie-tentoonstelling’ gaat op vlak van inhoud, van kwaliteit, van opbouw, van internationale betekenis. Nu zou men spreken van een fiasco op het vlak van publieke belangstelling. De lat ligt blijkbaar almaar hoger. Zonder de maatschappelijke opdracht van een museum in vraag te stellen, kun je je toch afvragen: wie wordt daar beter van?

We vonden het wel zeer belangrijk om de dan nog relatief beperkte collectie aan een publiek te tonen. ‘Bezoekers’, dat waren vaagweg natuurlijk ‘iedereen’. In eerste instantie dachten we aan groepen met een academische interesse: opleidingen voor psychiaters, verpleegkundigen, maatschappelijk werkers, opvoeders, maar ook historici, architecten,… Voor de rest was het nog een beetje afwachten. Maar er was een belangrijke stap gezet: het museum was open. De toenmalige directeur van het psychiatrisch centrum en nu nog steeds conservator van het museum, Br. dr. René Stockman, vond het gepast om het verleden van de psychiatrie niet langer op te bergen, maar in alle openheid te tonen en zo het debat over deze geschiedenis en onvermijdelijk ook over de actualiteit van de geestelijke gezondheid te voeren. Dit lijkt nu wellicht vrij evident, maar het was het in 1986 niet echt. Het feit dat dit één van de eerste initiatieven was in Europa op dit vlak, zegt ook wel iets. De historicus en de welzijnswerker hebben niet altijd grote interesse in mekaars werkdomein. Het verleden werd door degene die in de praktijk van de psychiatrie verantwoordelijk was gedegradeerd tot ‘die ambetante fouten’ van toen, die dingen die ons achtervolgen. Een begrijpbare reflex van verdediging. Maar daardoor rustte er wel een beetje een taboe op dat verleden. Er was te weinig aandacht voor hoe men vroeger tot bepaalde inzichten en praktijken kwam en en surplus wordt de vraag te weinig gesteld: wat kunnen wij uit dit alles leren?

Radeloosheid en ongewettigde euforie

De geschiedenis van de geestelijke gezondheidszorg is er een met veel radeloosheid, foute praktijken en soms ongewettigde euforie. De psychisch zieke stelt ons vragen die niet van de minste zijn. Hoe gaan wij om met de andere? Het gaat om meer dan de zoektocht naar een medisch-therapeutisch wondermiddel, het gaat om onszelf , om het andere in onszelf.

De praktijk van omgaan met de geschiedenis van de psychiatrie is er al te dikwijls één geweest van verzwijgen, aangevuld met een licht tot zwaar triomfalisme over het heden. ‘Gelukkig is alles nu anders en beter!’: overdreven vooruitgangsoptimisme, dat verhullend werkt. Er is ondertussen wel wat tegengas gegeven. Zeker vanaf de jaren zeventig werd de maatschappelijke en historische betekenis van geestelijke gezondheidszorg en ‘welzijnswerk’ door belangrijke auteurs als de Franse filosoof Michel Foucault en de Nederlandse filosoof Hans Achterhuis op een originele manier onder de aandacht gebracht. Het was aan ons om die thematische gevoeligheid te vertalen naar een ‘museum’. Dat schroom op zijn plaats was, kunnen we hier illustreren aan de hand van een vrij recent staaltje van medische hoogmoed: de lobotomie. Deze ingrijpende praktijk is deels verbonden aan dokter Walter Freeman(1). Deze houdt in de jaren vijftig een ‘medische onemanshow’. Tijdens een reis legde hij 16.500 kilometer af in een stationcar waarin hij niet alleen zijn kampeeruitrusting vervoerde, maar ook een dictafoon en een kaartenbak vol statussen van patiënten, foto’s en correspondentie. Zijn chirurgische instrumenten vervoerde hij in een zak. Tot het instrumentarium behoorde vaak een ijspriem. Edward Shorter(2), de Canadese professor in de medische geschiedenis, klaagt aan: "Lobotomie had inderdaad vaak een kalmerend effect op ijlende patiënten die lastig te verzorgen waren, maar de patiënten werden meestal ook beroofd van hun oordeelsvermogen en sociale vaardigheden, zodat ze ongevoelig voor sociale signalen werden, en akelig ontremd." Maar de ‘promotionele tour’ van Freeman miste zijn uitwerking niet. De cijfers liegen er niet om. In de periode 1940-1944 werden in de Verenigde Staten 684 maal lobotomie uitgevoerd, in 1949 5.074. In 1951 hebben reeds meer dan 18.000 mensen de ‘behandeling’ ondergaan. Men laat het even plots varen als dat het opkwam: men spreekt van lobotomie van Freeman als van een veredelde soort ‘vogelpik’, men kan onmogelijk voorspellen wat de ingreep zal betekenen voor de patiënt. Het is meteen een schoolvoorbeeld van medische verwaandheid. Het komt even snel op als het verdwijnt.

Het was bijna evident dat Ken Kesey in zijn later door Milos Forman (1975) verfilmde roman ‘Een vlucht over het koekoeksnest’(1962) deze kwalijke medische praktijk aan de kaak stelde. Gezien de recente toepassing van deze lobotomie was het voor ons van bij de aanvang duidelijk dat de geschiedenis van de psychiatrie documenteren veronderstelde dat men op een juiste manier omgaat met ‘beladenheid’, met ‘fouten en blunders’. Tegelijkertijd wilden wij aan een ruim publiek ook de stappen voorwaarts tonen. Duidelijkheid, openheid en zin voor nuance en kritiek zijn met andere woorden sleutelbegrippen.

Een culturele plaats

Het woord museum wordt geassocieerd met de wereld van kunst en cultuur. In aanvang moesten wij dan ook dikwijls mensen overtuigen dat het mogelijk was om ook over de geschiedenis van de psychiatrie een museum te maken. Voor veel mensen blijft de nadruk toch liggen op kunst en kunstgeschiedenis. Maar ‘musea’ hebben naast het tonen van objecten ook altijd iets willen ‘bijbrengen’. Dit is zo bij ieder initiatief, sommige hebben dit echter zeer nadrukkelijk. Denken we bijvoorbeeld maar aan het Duits Hygiënemuseum in Dresden. Het werd gesticht in 1912 en had als hoofdbedoeling de mensen te leren proper en hygiënisch te leven in huis, op straat, het museum wilde de architect en stedenbouwkundige gevoelig maken voor het ontwerpen van hygiënische steden, men wilde politici aan dit thema te interesseren. Wij wilden ook met deze meer didactische optie op een doordachte manier omgaan. Een museum over de geschiedenis van de psychiatrie toont een evolutie die niemand koud laat, maar deze geschiedenis al te sterk gaan ‘pedagogiseren’ leek ons van het goede te veel. Het was een kwestie van de juiste balans vinden.

Een museum maken is vragen stellen, is een eigen positie zoeken. De wereld van musea zit in een stroomversnelling. Wereldwijd is te merken dat het ‘museum’ opvallende gedaantewisselingen ondergaat. Steden gebruiken hun musea om de ‘cultuurtoerist’ te lokken, musea worden meer en meer een gegeven in wat men ‘citymarketing’ durft noemen. Het Guggenheimmuseum in Bilbao is een recent voorbeeld van hoe bepalend grote museumprojecten zijn voor het toerististisch al dan niet bestaan van een stad. Men spreekt in dit verband zelfs van een soort ‘musealisering van de stad’. Alles wordt ‘in een historische en culturele context’ gepresenteerd. Sommigen doen daar lovend over, anderen spreken over het ‘verpretparken’ van historische steden en musea. Hoe dan ook, deze trend is bepalend voor het fenomeen museum. Wij hebben deze evolutie aan de kantlijn gevolgd. Gezien de vrij delicate materie van ons museum, willen we dit best zo houden.

< FONT>

<>Deze aandacht is voor ons een echte uitdaging. Het is een dringende opdracht om deze geleefde verhalen in de museumcontext mee te integreren. De geschiedenis van de psychiatrie is niet enkel een geschiedenis van dokters, verpleegkundigen en hun theorieën. Neen, het is ook een geschiedenis van patiënten, van familieleden en buren, …

Een museum toont verschillende verhalen en benaderingen naast elkaar. In het Museum Dr. Guislain is er plaats voor de geschiedenis van een medische praktijk, maar ook voor de patiënt die dit alles meemaakte, en voor de persoon die er werkte, de broeder, de verpleger. Daarnaast is er de omgeving: hoe gaan media om met het fenomeen ‘psychiatrie’, hoe zijn kunstenaars geïnspireerd door dit fenomeen normaal/abnormaal, waaraan is de publieke opinie gevoelig? De confrontatie van deze benaderingen op een uitnodigende manier voor een breed publiek brengen: dit is in een notendop hetgeen wij naar streven.

Maar laten we het concrete verhaal uit de doeken doen. Zo krijgen deze abstracte beschouwingen wat meer invulling.

Eigen weg

Het Museum Dr. Guislain heeft sinds 1986 een lange weg afgelegd op inhoudelijk en methodisch vlak. De eerste jaren na de opening is er voornamelijk gewerkt een de uitbreiding van de vaste collectie. Belangrijke stukken op het vlak van de geschiedenis van de psychiatrie, van de geneeskunde, van het leven in het psychiatrisch instituut zijn verworven. Dit betekent dat er gezocht werd naar medische toestellen, maar eveneens naar gravures, schilderijen, belangrijke oude medische traktaten, …

De publicatie van de eerste catalogus Geen rede mee te rijmen in 1989 markeert het eindpunt van deze eerste fase. Er is een - weliswaar nog beperkte - collectie. Er was gewerkt aan een overzichtelijke presentatie en er was een eerste eigen publicatie. In een vijftiental bijdragen wordt op chronologische wijze meer diepgang geboden bij figuren, thema’s, ontwikkelingen die in het museum aan bod komen. Datzelfde jaar wordt er voor de eerste keer - bij wijze van proef - een tijdelijke tentoonstelling georganiseerd. Oscar Colbrandt 1879-1959 was een hommage aan de expressionistische schilder die als patiënt in het psychiatrisch centrum Dr. Guislain gestorven was. De tentoonstelling duurde enkele weken, er was een bescheiden catalogus. De tentoonstelling leerde ons dat er een - beperkt - publiek positief stond tegenover een tentoonstelling die een bepaald aspect uit die brede ‘geschiedenis van de psychiatrie’ apart belichtte. Vanaf dan lopen er verschillende lijnen doorheen de geschiedenis van het museum: de vaste collectie wordt uitgebreid, er komt meer en meer aandacht voor allerhande museale basisvoorwaarden, en er wordt gezocht naar dynamiek en actualiteit doorheen de tijdelijke tentoonstellingen.

<>

<>

Eerste tijdelijke tentoonstellingen

Na de Colbrandt-tentoonstelling wilden we meer tijdelijke tentoonstellingen maken. De bedoeling was meervoudig: een tijdelijke tentoonstelling houdt het museum als ‘actieve speler’ in de culturele actualiteit. Daarnaast - door de themakeuze - maakt zo’n tijdelijke tentoonstelling het mogelijk om bepaalde aspecten uit de geschiedenis van de geestelijke gezondheid verder uit te diepen. Deze expertise komt dan weer de vaste collectie ten goede. Daarenboven maken de verschillende onderwerpen van tijdelijke tentoonstellingen altijd wel een nieuw aspect van het museum duidelijk en spreken ze daardoor ook altijd een ten dele verschillend publiek aan. Laten we dit alles bondig verduidelijken met concrete voorbeelden.

In 1991 maakten we een eerste nieuwe tentoonstelling. Vastenheiligen, wondermeisjes en hongerkunstenaars. Een geschiedenis van magerzucht was voor ons een interessante ervaring. We sloten aan bij een actuele academische publicatie. De Nederlandse psycholoog Ron van Deth en de Belgische psychiater Walter Vandereycken publiceerden hun doctoraat over de geschiedenis van magerzucht. Het was voor ons bijzonder interessant om hun kennis te mogen visualiseren in een - bescheiden - tentoonstelling. Daarnaast zagen we dat een inbedding van een bepaalde psychische aandoening - anorexia nervosa - in een bredere cultuurhistorische benadering door de bezoekers zeer positief werd geapprecieerd. Dit vonden we het onthouden meer dan waard. De combinatie met een catalogus én met een studiedag ondersteunt het inhoudelijk debat. Het bezoek aan de tentoonstelling van een internationaal congres over anorexia nervosa dat aan de universiteit van Leuven werd gehouden, zette ons mee op de internationale kaart voor een gespecialiseerd medisch publiek.

Zuur, zoet of bitter. Broeder Ebergist De Deyne en de ‘Zintuiglijke opvoeding’ in 1992 toonde een selectie van een grote collectie foto’s ‘uit eigen huis’. Broeder Ebergist was naast een geïnspireerd pedagoog - ontwikkelaar van een zeer belangrijke pedagogische vernieuwing ‘de zintuiglijke opvoeding’ - een getalenteerd en gepassioneerd fotograaf. Het tonen van een selectie uit deze collectie van een paar duizend stukken, was voor het publiek een ware revelatie. Deze medische en pedagogische foto’s en ‘instellingskiekjes’ uit het begin van de twintigste eeuw werden als uiterst belangrijke tijdsdocumenten gewaardeerd. Daarenboven waren fotorecensenten bijzonder onder de indruk over de esthetische kwaliteit en de sfeer van deze verzameling.

Geschiedenis is actualiteit

In 1994-1995 deden we een nieuwe stap. Een paar jaar daarvoor was er in Duitsland, meer bepaald in het Karl Bonhoeffer Institut in Berlijn, voor de eerste maal een tentoonstelling over nazisme en psychiatrie georganiseerd. Er heerste lange tijd een volslagen taboe rond dit thema in het naoorlogse Duitsland. Veel van de psychiaters en verpleegkundigen die medeplichtig waren aan de sterilisatie, later doding van patiënten waren na de oorlog in functie gebleven. Een serene benadering van deze gruwelijke feiten was daardoor totaal onbespreekbaar. Pas vier decennia en twee beroepsgeneraties later kon deze zwarte bladzijde uit de geschiedenis van de psychiatrie onder de loep genomen worden. Doodgezwegen werd de voor de hand liggende titel van de tentoonstelling.

Het was voor ons belangrijk om in aanvulling op de Duitse tentoonstelling een beknopte research te doen naar de positie in de Belgische en Nederlandse psychiatrische inrichtingen. Het was voor ons verrassend dat door de ‘kwaliteit’ van de tentoonstelling enerzijds, maar ook het feit dat in die periode het einde van de Tweede Wereldoorlog werd herdacht, ons initiatief een zeer ruime weerklank kreeg. De tentoonstelling gold voor velen als een waarschuwing voor ideologieën en politieke partijen die de onverdraagzaamheid propageren. ‘Empathie’ tegenover het anders-zijn en het andere is een basisvoorwaarde voor een menswaardige samenleving. Een tentoonstelling vraagt concentratie van zijn bezoekers. Op die manier kan ze een bijdrage zijn voor het nadenken over bepaalde politieke evoluties. De catalogus en de studiedag maakten het initiatief rond.

We onthielden voornamelijk van Doodgezwegen dat een kleine plek - een museum in een psychiatrisch centrum - een zeer grote symbolische betekenis kan krijgen door bepaalde historische gebeurtenissen op haar eigen manier te herdenken.

In diezelfde periode konden we als museum meewerken aan de research en het scenario voor een BRT-documentaire over het psychiatrisch centrum Dr. Guislain. De titel werd Het Gesticht en ze werd vertoond in de prestigieuze Document-reeks. De kern van de uitzending bestond uit getuigenissen van psychiaters, broeders, verplegers maar zeker ook van patiënten over leven en werken in de psychiatrie in de jaren dertig tot zestig. Hoe badtherapie, elektroshock en insulinetherapie in de praktijk werd ervaren en toegediend, werd door getuigen van eerste orde gebracht. Deze uitzending werd door de omroep reeds meerdere malen getoond. Wij hebben ze sindsdien ook een vaste plaats in de collectie gegeven: een voorbeeld van ‘mondelinge geschiedenis’ die grote indruk maakt.

Fotografie

In 1996 haakten we in op een in de psychiatrie en zeker in de psychiatrische kliniek Dr. Guislain bestaande traditie om de fotografie een centrale plaats te geven. Psychiatrie en fotografie hebben al lange tijd iets met elkaar. Het was reeds in 1850 dat de Schotse ‘psychiater’ Dr. Diamond besliste om zijn handboeken niet meer langer met gravures, maar wel met foto’s te illustreren. Foto’s hadden voor hem die meerwaarde dat ze op een ‘objectievere manier’ deden kijken naar de psychisch zieke. De ambitie lag zelfs verder: foto’s konden de jonge wetenschap op weg helpen naar het vinden van echte ‘types’ in de psychiatrische ziektebeelden.

Voor wat Gent betrof: de eerste reeksen over het ‘Hospice Guislain’ dateren van 1860. Een tweede reeks is van 1887: een model-inrichting maakt zich via foto’s aan de buitenwereld bekend. In 1930 was er een belangwekkende reeks die leven en werken in de psychiatrie toonde. Het museum stelde zichzelf tot opdracht om deze traditie verder te zetten. Aan twee Belgische topfotografen, Lieve Blancquaert en Michiel Hendryckx werd gevraagd om het leven in de psychiatrie anno 1996 te fotograferen. Gezocht gezicht werd een opgemerkte tentoonstelling. Allereerst slaagden beide fotografen er in op een persoonlijke manier ‘leven in de psychiatrie’ in beeld te brengen. Daarenboven vertelde hun manier van fotograferen iets over de ‘nieuwe tijden’ die in de ‘oude psychiatrische gestichten’ waren aangebroken. Gemengd, met inspraak van patiënten, meer gericht naar de samenleving, het vormen sleutelindicaties. Daarenboven werkten de patiënten, met hun eigen fotoatelier Meander aan de tentoonstelling mee. Een publicatie werd verzorgd. De beide fotoreeksen werden door het museum aangekocht: ze maakten vanaf dan deel uit van de fotocollectie. Het was vanaf dan duidelijk dat we de opdracht - aan een gerenommeerd fotograaf vragen om zijn visie op psychiatrie in beeld te brengen - zouden herhalen. Traditie én actualiteit zijn hier als hand en handschoen.

Hoe anders is anders

In 1995 boorden we met Hoe anders is anders. Beeld van jou Beeld van mij een nieuwe inhoudelijke lijn aan. Het initiatief bestond uit twee delen. Er waren enerzijds prachtige stukken van leerlingen van gespecialiseerd middelbare onderwijs Tordaele in Torhout en anderzijds de resultaten van een wedstrijd bij middelbare scholieren, georganiseerd door de Vlaamse Vereniging voor Geestelijke Gezondheidszorg. De scholieren dienden beelden werk en teksten in over het thema normaal/abnormaal. Deze tentoonstellingen waren eerste stappen die we zitten in het vinden van een interessante praktijk om ‘waanzin en kunst’ als essentiële inhoud in het museum te incorporeren. Nieuwe doelgroepen, jongeren, werden op een sterekere manier bij de werking betrokken.

In 1998 toonden we op de tentoonstelling Gedreven werken uit het beeldend atelier van Caritas Melle. Dit atelier heeft een zeer grote reputatie. Het werk dat daar door patiënten gemaakt wordt, straalt een grote kwaliteit uit.

Deze tentoonstellingen waren eerste stappen die we zitten in het vinden van een interessante manier om ‘waanzin en kunst’ als essentiële inhoud in het museum te incorporeren. De ‘Galerij’ is een vaste plaats in het museum waar ‘waanzin’ en ‘kunst’ aan bod komen. De aandacht voor outsiderskunst, art brut en/of ‘rauwe kunst’ heeft sindsdien nog tot andere initiatieven geleid.

Met recht en rede. Waanzin tussen wet en kabinet was een thematentoonstelling (1997) die volop in de relatie ‘psychisch zieke, instelling en gerecht’ dook. Een delicaat thema, dat zeer nauw verbonden is aan wat dokter Guislain in 1850 gerealiseerd heeft. De research deden we voornamelijk in de eigen archieven. Daarenboven was er een excellente samenwerking met professoren van Universiteit Gent. Deze samenwerking was én in de tentoonstellingscatalogus én op de studiedag merkbaar.
Dutroux

De actualiteit verbinden met de geschiedenis; dit was de ambitieuze betrachting van een dubbeltentoonstelling in 1998. De tentoonstelling Het kind. Gekoesterd en gekluisterd haakte in op een overgevoeligheid die in België sinds de Dutroux-affaire merkbaar was. Een academica, Carine Steverlynck, had net haar doctoraat over de situatie van het kind in de negentiende eeuw in boekvorm gepubliceerd. Het verrassende uitgangspunt was een gelijkaardige affaire eind 19de eeuw in Molenbeek, slachtoffer was Jeanneke Van Calk. We vonden in deze beide punten voldoende aanleiding om de positie van het kind - van rechtswege, in het gesticht , …- in de negentiende eeuw gedocumenteerd voor te stellen. We merkten dat media en publiek op dit delicate thema op een ernstige wijze zijn ingegaan.

Tegelijkertijd brachten we een tweede tentoonstelling Tunnelmensen. In deze fototentoonstelling brachten we werk van de Nederlandse fotograaf en antropoloog Teun Voeten. De title verwijst naar het leven in niet meer gebruikte metro- of treintunnels in New York. Teun Voeten leefde er een tijdlang mee. Zijn verslag en zijn foto’s getuigden van mensen in een nogal bizarre samenleving. Velen onder hen hadden een verleden in de psychiatrie. Een anti-institutionele reflex had in de staat New York in de jaren tachtig tot resultaat dat nogal hals over kop grote psychiatrische instellingen gesloten werden, zonder dat er in een alternatief was voorzien. De rest van het verhaal is bekend: veel daklozen in New York hebben een psychiatrisch én instellingsverleden. Sommigen kwamen dan ook in één van de tunnels terecht en werden zogenaamde tunnelmensen. Het verslag van Teun Voeten in tekst en foto was aangrijpend en van hoge kwaliteit. We konden het confronteren met een reeks foto’s - geautoriseerde kopieën - die we via het Museum of the City of New York konden verkrijgen van de Deense fotograaf Jacob Riis, die eind de negentiende eeuw de gekmakende woon- en leefomstandigheden in de Lower East Side van Manhattan/New York fotografeerde. Riis wordt terecht een van de founding fathers van de sociale fotografie genoemd. Door de publicatie van zijn foto’s in toonaangevende bladen, kon hij het debat over huisvesting en (geestelijk) gezondheid eindelijk forceren. De Amerikaanse samenleving vond dit probleem not done, want het was Europees of Aziatisch, enfin iets van het oude continent. Een echt voorbeeld van ontkenning. Daarenboven sloot deze tentoonstelling aan bij de uitgezette inhoudelijke lijn geestelijke gezondheid en fotografie.
Gestoorde vorsten

Gestoorde vorsten (1999) was voor ons op verschillende domeinen een mijlpaal. Vooreerst was er de context: de Keizer Karel-herdenking 1500-2000. Voor de eerste maal participeerden we aan een groot ‘cultuur-evenement’, zij het met een eigenzinnige bijdrage. Het was voor ons het goede moment om onze positie binnen de Gentse culturele context meer te benadrukken. Dit was via dit project mogelijk, te meer daar Time, een tweejaarlijks Gents festival over hedendaagse podiumkunst en beeldende kunst, dat in deze editie door het theaterproductiehuis Victoria werd georganiseerd - vroeg om aan het thema mee te participeren. Naast onze tentoonstelling werden door een schare van binnen- en buitenlandse kunstenaars op het thema Gestoorde vorsten gewerkt. Zo werkten Josse De Pauw, Tom Jansen, Dirk Roofthooft en Peter Vermeersch in opdracht van Victoria in het kader van Gestoorde vorsten aan de productie Larf . Maar ook het Franse enfant terrible van de hedendaagse dans, Jérome Bel, maakte een merkwaardige productie vanuit hetzelfde thema.

Door de samenwerking met Time was voor ons de weg geopend om nog meer interessante samenwerkingsvormen te zoeken in de locale Gentse culturele context. Tegelijkertijd was de weerklank van de tentoonstelling zo groot dat meer internationale samenwerking gevraagd werd.

Bij de inhoudelijke opbouw van de tentoonstelling zetten we een nieuwe stap. Het thema Gestoorde vorsten liet dit toe, meer nog, vroeg er naar. De keuze werd gemaakt om vrij radicaal ‘multi-disciplinair’ te werken. Daarmee bedoelden we dat zowel vanuit de geschiedenis van de psychiatrie en de geneeskunde, de kunstgeschiedenis , de art brut en de outsiderskunst werken gezocht werden die op hoog niveau het thema ‘van macht tot waan en terug’ toonden aan het publiek. Bij het samenstellen van de catalogus was multidisciplinariteit eveneens de resolute keuze: naast wetenschappelijke essays staan literaire stukken. De gezaghebbende Britse historicus Roy Porter schrijft over gekke Engelse vorsten. In een meeslepend verhaal heeft de Zuid-Afrikaanse Riana Scheepers het over hoe gek koning Shaka Zulu wel was na het overlijden van zijn geliefde moeder. Michel Thévoz, directeur van de Collection de l’Art Brut in Lausanne en internationaal autoriteit over art brut, licht de keuze op de tentoonstelling toe. Op de studiedag over het thema ‘Macht en waanzin’ werden deze verschillende benaderingen ook door een zeer divers publiek erg gesmaakt.

De keuze voor een mengeling tussen wetenschap en fascinatie werkte. We merkten dat aan de zeer talrijke reacties van de bezoekers: een museum over de geschiedenis van de geestelijke gezondheid houdt in zich de mogelijkheid om ‘heel de mens’ aan te spreken. ‘Zin voor geschiedenis’ staat naast ‘confrontatie met eigen (ab-)normaliteit’, ‘esthetische gevoelens’ naast ‘een kinderlijke droom koning te zijn’.

De media-aandacht voor de tentoonstelling was zeer groot, het publiek was talrijk en reageerde zeer enthousiast. We merkten dat meer en meer individuele bezoekers de weg naar het museum vonden en er was een opvallende verjonging van het publiek. Het museum is ook internationaal beter bekend geworden: dit zette ons er toe aan om de drietaligheid in het museum zoveel mogelijk door te voeren of aan te houden (catalogi, zaalteksten, folders, ...). Naast ‘gewone’ rondleidingen werden meer en meer kinderrondleidingen verzorgd. Het was meteen de aanzet voor het maken van een aparte jongerenbrochure over de vaste collectie van het museum.

Er werd met diverse jongerenorganisaties samengewerkt: het blijkt dat een thema als ‘macht en waan’ of ‘megalomanie’ op een inspirerende wijze aansluit bij thema’s in de hedendaagse jeugdcultuur. Het was dan ook interessant te ervaren dat een onderwerp als Gestoorde vorsten voldoende ruimte laat om met jeugdorganisaties projecten op te zetten.

In 1999 werd voor ons museum een uiterst belangrijke beslissing genomen: het gebouw - klaar in 1857 en het eerste gebouw voor de ‘morele behandeling’ in ons land en zo prototype voor ‘het gesticht’ - werd als monument erkend. Meteen was de toekomst van ons ‘grootste museum-object’ verzekerd.

In 2000 volgde een voor ons een andere uiterst belangrijke beleidsbeslissing, na positief advies van de beoordelingscommissie en de administratie musea besliste de minister van cultuur Bert Anciaux het museum te erkennen op het landelijke niveau. Deze erkenning was voor ons een bekroning van een lange weg en tegelijkertijd een aanzet om op de ingeslagen weg verder te gaan, meer nog de werking te intensifiëren.
Ontbrekende beelden

In het seizoen 2000-2001 hebben we meer tijdelijke tentoonstellingen georganiseerd. We hebben daarbij gepoogd om de verschillende inhoudelijke lijnen verder uit te werken. Daarnaast werden verschillende samenwerkingsvormen meer uitgebreid. Grotere diversiteit van publiek is daarnaast ook onze betrachting. Een nieuwe betrokkenheid van buurt en bepaalde doelgroepen blijft de uitdaging.

Een sterk doorgedreven samenwerking met het Universiteitsmuseum uit Utrecht leidde tot de tentoonstelling Het hoofd ten voeten uit. De tentoonstelling is opgezet vanuit de meerduidigheid die we met Gestoorde vorsten probeerden te hanteren. Ze voert ons terug naar de tijd voor de psychiatrie als wetenschappelijk bedrijf bestond - de 18de en 19de eeuw met de fysionomie en de frenologie - maar de tentoonstelling heeft het ook over de fascinatie voor het hoofd in verschillende culturen, en over de filosofie en het thema ‘hoofd, zetel van ziel en bewustzijn’. Tenslotte toont de tentoonstelling de prominente plaats aan die het hoofd in beeldend werk van psychisch zieken inneemt.

De tentoonstelling startte in Utrecht en is van november 2001 tot juni 2002 in een uitgebreider versie in het Museum Dr. Guislain. De catalogus bij de tentoonstelling is opgebouwd met een zekere analogie van deze van Gestoorde vorsten: wetenschappelijke essays naast literaire verbeeldingen over het hoofd. Met de Universiteit Gent werken we samen aan een studiedag over dit thema in 2002. Eerder hadden we met Jürgen Pieters van de vakgroep Nederlandse literatuur en Algemene Literatuurwetenschap een reeks opgezet over ‘literatuur en waanzin’ (Geschift geschrift). Een inhoudelijke lijn die we in de toekomst zeker verder willen ontwikkelen.

De internationale contacten die Gestoorde vorsten met zich mee bracht, heeft er toe geleid dat we onze samenwerking met het vrij grote Duitse Hygiëne-museum in Dresden verder ontwikkelden. Naast bruiklenen uit onze collectie voor hun prestigieuze tentoonstelling Der (im-)perfekte Mensch heeft hun zeer kwaliteitsvolle fototentoonstelling Bilder, die noch fehlten (Ontbrekende beelden) bij ons gestaan. De samenwerking zal ook in de toekomst nog leiden naar gemeenschappelijke initiatieven. De tentoonstelling richtte de aandacht van media en publiek naar de vraag ‘wat is ziek? wat is gezond, wat is mooi en lelijk?’ Kernvragen die in de opdrachtverklaring van het museum gesuggereerd worden. Het was uiterst belangrijk om werk van internationaal gereputeerde topfotografen (sommigen uit de modewereld) te mogen tonen. Namen als Nick Knight of Anton Corbijn zijn ook buiten de fotografiewereld bekend. De media-aandacht voor Ontbrekende beelden heeft ons plezier gedaan. Ook de gespecialiseerde pers (fototijdschriften én ook media die zich meer naar zieken en gehandicapte personen richten) hebben uitgebreid verslag gedaan van dit initiatief.
Bric a brac

We blijven zeer sterk speuren naar interessante plaatsen op het vlak van ‘kunst en waanzin’. Zo was voor ons het beeldend atelier in La Pommerai (Ellignies-Ste Anne, nabij Beloeil) een ware revelatie. Niet alleen was het de plaats waar Paul Duhem, een boeiende kunstenaar, tot aan zijn dood gewerkt heeft, het was een openbaring om te zien hoe het ander werk gemaakt in het atelier van een uitermate hoge kwaliteit en diversiteit was. We hebben dan ook Bruno Gérard en zijn kunstenaars uitgenodigd voor een tentoonstelling in de winter van 2000-2001.

Bric a brac wilde aan het publiek tonen dat we inderdaad na Gestoorde vorsten aandacht

blijven schenken aan werk dat heden ten dage in ateliers van instellingen voor psychiatrische patiënten of mentaal gehandicapten gemaakt wordt. Het is een van onze centrale inhoudelijke thema’s. Ook voor onze collectievorming heeft dit werk prioriteit.

Het is in dit licht dan ook zeer goed te begrijpen dat we onze zalen graag ter beschikking stelden van een initiatief van Lions West- en Oost-Vlaanderen om onder leiding van curator Joannes Késenne najaar 2001 een wedstrijd te organiseren van beeldend werk dat in verschillende ateliers gemaakt wordt: Onzegbaar zichtbaar is meteen ook een wedstrijd tussen deze diverse ateliers.

In de zomer van 2001 hielden we drie zomertentoonstellingen die de diversiteit van onze werking illustreren. Er was allereerst de fotowedstrijd Ont-spannen die we samen met het psychiatrisch centrum Dr. Guislain om de twee jaar houden. De prestigieuze prijs (100.000fr.) onderstreept mee het belang dat het psychiatrisch centrum hecht aan hoe het anders-zijn in beeld gebracht wordt. De jonge kunstenares Elke Boon won de wedstrijd.

Het was stimulerend om dit initiatief samen te nemen met de medewerkers van het psychiatrisch centrum omdat zij volop geconfronteerd worden met mensen met groot psychisch leed en maatschappelijke reactie daarop, met de gunstige en minder gunstige gevolgen van beeldvorming over psychisch ziek-zijn.

Daarnaast hebben we opnieuw aan een zeer talentvol fotograaf Stephan Vanfleteren gevraagd om de geestelijke gezondheidszorg anno 2001 in beeld te brengen. Hij maakte foto’s, Erwin Mortier, medewerker van het museum en gelauwerd auteur, schreef er tekst bij.Het was voor het museum om in dit artisiteke proces ondersteunend te kunnen optreden.

De tentoonstelling Stephan Vanfleteren & Erwin Mortier leidde tot een erg stimulerende samenwerking met Zeno, de zaterdagse leesbijlage bij de krant De Morgen. We vonden het erg belangrijk om mee met hun redactie een volledig themanummer in elkaar te steken over psychiatrie naar aanleiding van 2001, jaar van de geestelijke gezondheid. Uiteraard was er in Zeno aandacht voor Stephan Vanfleteren & Erwin Mortier, daarnaast hadden ze het ook over de derde zomertentoonstelling Willem van Genk. Maarschalk van onoverwinnelijke legers.

We wilden reeds een tijd - in samenwerking met de Stichting Collectie De Stadshof - aandacht vragen voor het fascinerende oeuvre van Willem van Genk. Deze Nederlandse ‘Koning van Stations’ en ‘Maarschalk van onoverwinnelijke legers’ heeft met beeldend werk en installaties een eigen universum gecreëerd dat in België nog te weinig gekend is.

De voorbije vijftien jaar waren goed gevuld en uitermate leerrijk. We wilden dit even in dit kort - en onvolledig - overzicht aan u presenteren.

We willen graag deze lijnen verder ontwikkelen. We zijn er van overtuigd dat we met onze initiatieven een unieke plaats verworven hebben in het Vlaamse museumlandschap. Daarnaast willen we ons blijven inzetten om het maatschappelijk debat over normaliteit/abnormaliteit te intensifiëren. In een tijdperk waarin al te snel ‘het andere’ dreigt uitgesloten te worden, is dat een maatschappelijke opdracht die kan tellen. We hebben met de ligging, de plek en de geschiedenis van het centrum Dr. Guislain unieke troeven in handen: het is een aangename opdracht om deze op een interessante en dynamische manier uit te spelen.

Met op dit ogenblik de speciale collectie:
10/11/2007 - 27/04/2008
Interdisciplinair project ‘Ziek. Tussen Lichaam en Geest’
Tentoonstellings-, erfgoed- en kunstenproject
10 november 2007 – 27 april 2008

In het najaar 2007 en voorjaar 2008, vindt in de Stad Gent een grote tentoonstelling, gekoppeld aan een kunstenprogramma, plaats rond de thematiek van lichaam en geest. Doelstelling is de zoektocht naar de interactie tussen lichaam en geest te tonen, vanuit een tentoonstelling en vanuit andere artistieke disciplines. Het complexe thema Lichaam en Geest wordt op deze manier letterlijk vanuit verschillende invalshoeken bekeken.

Het project is een samenwerking tussen 3 culturele spelers in de stad Gent: STAM - Gent Cultuurstad, het Museum Dr. Guislain en VZW Stedelijke Concertzaal De Bijloke Gent. Samen beslisten ze, een tentoonstelling en een uitgebreid erfgoed- en kunstenprogramma over de thematiek ‘Ziek. Tussen Lichaam en Geest’ in te richten. Het project zal de afronding van 700 jaar ziekenzorg in de Bijloke markeren, het 150-jarig bestaan van het gebouw van het Guislaininstituut en het kadert in het 200-jarig bestaan van de Broeders van Liefde.

Naast het thema ‘Ziek. Tussen Lichaam en Geest’ is het thema ziekenzorg eveneens een gemeenschappelijk thema, waarbij relevant is dat zowel de Broeders van Liefde als ook Dr. Guislain op beide sites werkten en de twee plaatsen architecturale realisaties van de architect Pauli bevatten. Naast deze belangrijke historische data, was er bij alle instituties ook veel enthousiasme om een gemeenschappelijke tentoonstelling met een uitgebreid kunstenprogramma in te richten. De eenheid van het project wordt gevormd door de overkoepelende thematiek ‘Ziek. Tussen Lichaam en Geest’, maar er vindt een ontdubbeling plaats op 2 locaties in de stad Gent: in het Museum Dr. Guislain enerzijds en op de Bijlokesite, een plek waar diverse kunsten en disciplines samenkomen.

De tentoonstelling en het erfgoed- en kunstenproject willen de interactie tussen lichaam en geest, en de grenzen ervan, aftasten. Naast wetenschappers hebben kunstenaars op een bijzondere wijze ziekte en gezondheid, leven en dood, lichaam en geest behandeld. Het thema Lichaam en Geest diende en dient als inspiratiebron voor allerlei kunst- en wetenschappelijke disciplines. Het is een van de ambities van het project om de verdiensten van wetenschappelijke ontwikkelingen in verband te brengen met verschillen creatieve en artistieke uitingen. Het werk van kunstenaars kan een bepaalde praktijk illustreren, maar ook een nieuwe houding inspireren en initiëren. Centraal staat dat de diagnose cultureel bepaald is en wordt.

Tijdens de duur van het project vinden wekelijks tal van concerten plaats, lezingen, theater, debatten, erfgoedwandelingen, nocturnes op de Bijlokesite en kan men de tentoonstelling gaan bezoeken in het Museum dr. Guislain.

Coproductie
STAM – Gent Cultuurstad
Museum Dr. Guislain
Bijloke Concertzaal

Samenwerking met
Kopergieterij/Kunstencentrum Vooruit/Universiteit Gent/Hogeschool Gent/Victoria/Cultuurcentrum Gent

Tentoonstelling
Museum Dr. Guislain
10 november 2007 tot 27 april 2008

De tentoonstelling ‘Ziek. Tussen lichaam en geest’ benadrukt de diverse houdingen ten aanzien van bepaalde ziektebeelden en de lichaam – geest problematiek. Hierbij staat centraal dat de diagnosevorming cultureel bepaald is. Soms wordt de geest aanzien als oorzaak van een ziekte, soms lijkt het lichaam de oorzaak. Oorzaken van ziektes ontdekken en het vinden van geneeswijzen, blijkt een lange zoektocht, waar toch menigeen heeft gedacht de waarheid in pacht te hebben.

Doorheen het parcours van de tentoonstelling kan de bezoeker diverse ziektes met een andere bril ervaren. Maar ook geneeswijzen zijn afhankelijk van de benadering van ziekte, lichaam en geest: culturen, tijdsgeest, evolutie of specialisatie van kennis spelen hierbij een belangrijke rol. Hoe kijken andere culturen naar lichaam en naar geest? Welke rol speelt de staat of religie in de geneeswijze?

De tentoonstelling ‘Ziek. Tussen lichaam en geest’ brengt ziekte en gezondheid, lichaam en geest aan de hand van oude en hedendaagse kunstwerken, maar ook voorwerpen en documenten in beeld. Uit meer dan vijftig collecties uit binnen- en buitenland tonen merkwaardige stukken de zoektocht naar het fenomeen ‘tussen lichaam en geest’.

Bregt
Gebruikersavatar
Prosenior
Berichten: 1635
Lid geworden op: 19 Nov 2004, 15:07
Locatie: Gent / Brugge

Re: Cultuur: Bezoek aan het Museum Dr. Guislain - Do 28/2

Berichtdoor Bregt » 23 Feb 2008, 17:16

Ik ben Ziek een tweetal geleden gaan bezoeken, en het is zeker de moeite!

Elkie
Gebruikersavatar
Berichten: 4453
Lid geworden op: 09 Okt 2005, 18:56
Locatie: Gent - Dilbeek
Contact:

Re: Cultuur: Bezoek aan het Museum Dr. Guislain - Do 28/2

Berichtdoor Elkie » 23 Feb 2008, 20:44

Jeroen schreef:Zo ook deze week, toen ons aller SMAK besloot om tijdelijk totaal onverwachts de deuren te sluiten nét nu wij op bezoek gingen. Ze durven.


Het lag aan een nieuwe actie van Ludo Helsen, 't schijnt. "Dat is nu toch geen kunst!"
"I want to be young and wild. Then I want to be middle-aged and rich. And then I want to be old and annoy people by pretending I'm deaf." - EB

Molly
Gebruikersavatar
Berichten: 2254
Lid geworden op: 21 Jun 2006, 18:46
Locatie: Kalken en Gent

Re: Cultuur: Bezoek aan het Museum Dr. Guislain - Do 28/2

Berichtdoor Molly » 24 Feb 2008, 12:38

Elke schreef:
Jeroen schreef:Zo ook deze week, toen ons aller SMAK besloot om tijdelijk totaal onverwachts de deuren te sluiten nét nu wij op bezoek gingen. Ze durven.


Het lag aan een nieuwe actie van Ludo Helsen, 't schijnt. "Dat is nu toch geen kunst!"


Bij mijn weten lag het gewoon aan het feit dat ze de tentoonstelling van McCarthy moesten afbouwen, dan sluiten ze altijd één week of twee weken. Een geoefende cultuurliefhebber had dit moeten weten :)

A Robotic Being
Gebruikersavatar
Berichten: 6090
Lid geworden op: 03 Okt 2006, 20:52
Locatie: The distant future, the year 2000
Contact:

Re: Cultuur: Bezoek aan het Museum Dr. Guislain - Do 28/2

Berichtdoor A Robotic Being » 24 Feb 2008, 13:01

Molly schreef:
Elke schreef:
Jeroen schreef:Zo ook deze week, toen ons aller SMAK besloot om tijdelijk totaal onverwachts de deuren te sluiten nét nu wij op bezoek gingen. Ze durven.


Het lag aan een nieuwe actie van Ludo Helsen, 't schijnt. "Dat is nu toch geen kunst!"


Bij mijn weten lag het gewoon aan het feit dat ze de tentoonstelling van McCarthy moesten afbouwen, dan sluiten ze altijd één week of twee weken. Een geoefende cultuurliefhebber had dit moeten weten :)


En die zou ook ironie moeten kunnen herkennen.
A number of governors who've sat in office in Austin went on to become president Bush. Including George W. Bush and George Bush.

Molly
Gebruikersavatar
Berichten: 2254
Lid geworden op: 21 Jun 2006, 18:46
Locatie: Kalken en Gent

Re: Cultuur: Bezoek aan het Museum Dr. Guislain - Do 28/2

Berichtdoor Molly » 24 Feb 2008, 13:34

Jasper schreef:En die zou ook ironie moeten kunnen herkennen.


Alsget op mij hebt, ik ben geen geoefend cultuurliefhebber, ik ben gewoon nen betweter.

Elkie
Gebruikersavatar
Berichten: 4453
Lid geworden op: 09 Okt 2005, 18:56
Locatie: Gent - Dilbeek
Contact:

Re: Cultuur: Bezoek aan het Museum Dr. Guislain - Do 28/2

Berichtdoor Elkie » 24 Feb 2008, 18:38

Wij zijn dan ook de Spice Girls onder de cultuurpraesessen: gekozen op onze promo-mogelijkheden!
"I want to be young and wild. Then I want to be middle-aged and rich. And then I want to be old and annoy people by pretending I'm deaf." - EB

Roen
Gebruikersavatar
Berichten: 1928
Lid geworden op: 13 Okt 2005, 17:11
Locatie: Gent
Contact:

Re: Cultuur: Bezoek aan het Museum Dr. Guislain - Do 28/2

Berichtdoor Roen » 24 Feb 2008, 23:33

Elke schreef:Wij zijn dan ook de Spice Girls onder de cultuurpraesessen: gekozen op onze promo-mogelijkheden!

Kunnen lezen en copy-pasten was in feite voldoende. En behoren tot het uberkrullenras cfr het regime van dit jaar.


Terug naar “2007-2008”




  Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast

cron